| Naam: | Stadhuis Den Haag (ontwerp Kropholler) |
| Type: | gemeentehuizen; |
| Opdrachtgever: | Gemeente Den Haag |
| Uitgevoerd: | nee |
| Architecten: | Kropholler, A.J., 1933, prijsvraagontwerp-; |
| Adres: | Alexanderplein (later De Monchyplein), Den Haag; |
| Archiefgegevens: | Archief NAi/KROP27;111;116;140 |
| Prijsvraag: |
Prijsvraag stadhuis Den Haag
|
Om vrijwel dezelfde redenen als bij zijn ontwerp voor het stadhuis van Leiden (zie aldaar), won A.J. Kropholler de prijsvraag voor het Haagse stadhuis niet. De andere inzenders waren M.J. (J.M.) Luthmann, W.M. Dudok, D. Roosenburg en J.F. Staal. De zeskoppige commissie van advies, die bestond uit o.a. de architecten prof.ir. J.A.G. van der Steur (voorzitter), G.C. Bremer, A.R. Hulshoff, dr. J. Kalf, W. Kromhout en ir. Hoytema (plaatsvervanger), gaf aan Luthmann de opdracht zijn plannen nader uit te werken. Ook deze prijsvraag deed veel stof opwaaien, zij het minder dan in Leiden. Kropholler was n van de eerste afvallers. Maar bij presentatie van de plannen aan het publiek bleek Krophollers ontwerp populair. Men vond het juist door zijn traditionalisme en zijn symmetrie meer passen in de oude binnenstad dan de rechthoekige 'dozen en kisten' van de overige inzenders. In raadsvergaderingen werden dan ook tot twee keer toe moties ingediend om Kropholler alsnog - samen met Luthmann - de kans te geven zijn plannen nader uit te werken. De commissie werd verweten ondeskundig te zijn. Men koos teveel voor onbekenden en passeerde daarbij architecten met een goede reputatie. Er werd op gewezen dat eerder op dezelfde wijze ontwerpen van Berlage voor het Vredespaleis in Den Haag en van De Bazel voor het stadhuis van Rotterdam terzijde waren geschoven voor ontwerpen van respectievelijk Cordonnier en H. Evers.