| Naam: | Buitenplaats Hartelust Bloemendaal |
| Type: | buitenplaatsen; |
| Opdrachtgever: | Jan Borksi |
| Uitgevoerd: | ja |
| Bestaand: | ja |
| Architecten: | Tétar van Elven, M.G., 1848; |
| Bijdragen: | Rouwens, L. (Bloemendaal) -uitvoering-, Stoel (Bloemendaal) -metselwerk-, Van Wilgenburg (Bloemendaal) -schilderwerk-, Erkelens (Bloemendaal) -stucadoorswerk-, Sabelis (Haarlem) -steenhouwer-, Keun (Haarlem) -loodgieterswerk-, Bonarius (Haarlem) -koperslagerswerk-, Barendsen (Amsterdam) -fijn smeedwerk-, Hogenberg (Bloemendaal) -grof smeedwerk-, Van Rah? (Amsterdam) -houtsnijwerk-, Dijkman (Bloemendaal) -behanger-, Sterkman (Den Haag) -gegoten ijzerwerk-, |
| Adres: | Vijverberg 18, 2061GX, Bloemendaal; |
Direct na de aankoop van de buitenplaats liet de uit Amsterdam afkomstige Borski het zeventiende-eeuwse landhuis van bescheiden omvang slopen. In maart 1847 werd met de sloop begonnen en in april werden de funderingen gelegd, waarbij alleen de overwelfde kelder behouden bleef. Op 1 mei 1848 was het nieuwe gebouw naar een ontwerp van Tétar van Elvengereed. De ligging bleef hetzelfde, maar het huis werd aanzienlijk vergroot door onder meer een tweede bouwlaag. De hoofdverdeling van het gebouw wordt enerzijds bepaald door de middenas die aangegeven wordt door de oprijlaan, en anderzijds door de kelder uit het oude gebouw die onaangetast bleef. De begane grond omvat keuken, dessertkamer, washuis, vestibule en eetzaal. Deze eetzaal is gedeeltelijke bekoepeld, wordt afgesloten door een nisvormige ruimte en kan gebruikt worden om tijdens het diner de bedienden te laten staan. Naast de trap bevindt zich een knechtenkamer die voorzien is van een fonteintje. Het portaal is open en ontvangt overdag licht door een lantaarn; 's avonds wordt zowel de begane grond als de verdieping verlicht door een luchter. Op de verdieping is het portaal afgesloten met een balustrade. Onder de balklagen is een ruimte van 0.60 meter vrijgelaten. Onder alle ramen zijn luchtgaten uitgespaard die afgesloten zijn met koperen luchtroosters. Hierdoor is een goede luchtstroom mogelijk en wordt schimmelgroei vermeden. Opvallend modern voor die tijd was de ronde badkamer op de eerste verdieping. Deze had een mobiel bad en een warmwatervoorziening uit een loden bak op de zolder die gevoed wordt door een perspomp die zich buiten boven een put bevindt. De afvoer van het water geschiedde door middel van verborgen loden pijpen die zich uitstortten in het riool. Aan de afwerking en het gebruik van kostbare materialen werd eveneens veel aandacht besteed. Zo bestaan de wanden van de eetzaal uit panelen, in imitatie Egyptisch of geel Spaans marmer en zijn afgezet met bruin marmeren lijsten of banden. De salons, met de aangrenzende kabinetten zijn vaksgewijs betimmerd. Er is een bel aanwezig die zowel op de begane grond als op de verdieping door de eigenaar in geval van onraad gebruikt kan worden. De hoofdtrap is van eiken wagenschot, de sporten van de leuning zijn van gietijzer. De pilasters met de kapitelen, de cordonband, de vensterdrempels, de stoeptreden van de veranda zijn van Bremer natuursteen. De onderste plint is van Escauzijnse steen, de vloer van de waranda van rode gebakken tegels uit Mainz en de schoorsteenmantel van zwart gepolijste Namense steen. De buitenmuren zijn bepleisterd en met scherp ingesneden voegen in blokken gedeeld. Met uitzondering van de opgaande vleugels die met zink bedekt zijn, is de hele bekapping met rode Brabantse leien bedekt. De goten, nokken, killen en kepers zijn van lood. Het schilder- en behangwerk van de bovenverdieping werd een jaar na de bouw voltooid terwijl dat van de benedenverdieping tezamen met de bepleistering van de gevels twee jaar na de bouw plaatsvond. De buitenplaats heeft zijn aanleg voornamelijk te danken aan C. van der Vliet. De moestuinen, het hertenkamp en de waterwerken zijn aangelegd door Zocher. Een lange, kromme oprit verbreedt zich aan het eind tot een vierkante ruimte omringt met kastanjebomen, met aan de ene kant een stalling en koetshuis en aan de andere zijde de tuinmanswoning. De treden van de stoep liggen tussen halfrond-uitgehakte stenen, waarin plantengroei mogelijk is. Het pand is thans in gebruik als kantoorpand.