| Naam: | Laboratorium voor Anatomie Leiden |
| Type: | laboratoria; ,universiteiten; |
| Opdrachtgever: | Ministerie van Binnenlandse Zaken |
| Uitgevoerd: | ja |
| Bestaand: | ja |
| Architecten: | Vrijman, J.A.W., 1914; Hoekstra, H.; onbekend, 1955, uitbreiding met expositieruimte, kantine en een tr-; |
| Bijdragen: | onbekend -uitvoering-, |
| Adres: | Wassenaarseweg 62, Leiden; |
| Archiefgegevens: | NA/Tekeningenarchief Rijksgebouwendienst en rechtsvoorgangers 1824-1924, inv. 87 |
Dit medische laboratorium was het eerste van een reeks nieuwe onderwijsgebouwen van de Faculteit der Geneeskunde die in de periode 1914-1960 gereed kwamen. Nadat besloten was een nieuw Academisch Ziekenhuis te bouwen in het zogenaamde Boerhaave-kwartier, een braakliggend terrein van 15 hectare achter het station, werden ook de niet-klinische laboratoria in de meest noordwestelijke hoek, op het overweteringse terrein geplaatst. Vrijman was verantwoordelijk voor het ambitieuze plan, maar door de Eerste Wereldoorlog en een corruptieschandaal liep de bouw aanzienlijke vertraging op. Verschillende medewerkers van Vrijmans bureau, waaronder Hayo Hoekstra, hebben mee ontworpen aan het omvangrijke ziekenhuis- en laboratoriumcomplex. Minister J.Th. de Visser van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, opende het eerste medische laboratorium in 1923. Het gebouw bestaat uit een langgerekt voorgebouw, met hoofdingang en aan de achterzijde een uitgebouwd trappenhuis, en twee zijvleugels van verschillende lengte. In de oostvleugel zijn de laboratoria en werkruimtes gesitueerd. De westvleugel is ingericht voor het geven van onderwijs, met op de begane grond (feitelijk de mooiste verdieping) de snijzaal en op de eerste verdieping het Anatomisch Museum. De kiem van de collectie van dit museum werd gelegd door de eerste hoogleraar anatomie Pieter Pauw, die in de zestiende eeuw bij gebrek aan te analyseren stoffelijke overschotten, geraamtes aanschafte. De huidige collectie bestaat voor een belangrijk deel uit diverse, van anderen overgenomen anatomische verzamelingen. Interessant in het museum zijn de authentieke gietijzeren vitrines die vanwege hun grote gewicht aan een staalskelet zijn opgehangen. Het museum was aanvankelijk alleen bedoeld voor studenten, maar het kan nu op afspraak worden bezocht. De zolders worden gebruikt voor opslag, onder meer van het museum, en worden afgeschermd door rijzige zadeldaken. In 1929 werd in het gebouw ook een afdeling histologie en microscopische anatomie ondergebracht, in 1947 gevolgd door experimentele histologie. Waar de oost- en de hoofdvleugel samenkomen, bevindt zich op de begane grond het anatomisch theater en op de tweede verdieping een amfitheatervormige collegezaal met authentieke eikenhouten banken. Het functionele, bakstenen gebouw is uiterst sober vormgegeven. Opmerkelijk is de met geglazuurde tegels versierde punt van een van de topgevels, een motief dat ook bij het hoofdgebouw van het Laboratorium voor Analytische scheikunde te Delft uit 1916 werd toegepast. Grote rechthoekige vensters zorgen voor een optimale lichtinval in alle ruimtes. Het ontwerp werd hevig bekritiseerd op het ontbreken van fantasie, idealisme en kleinschaligheid, en ook de 'paviljoengedachte', waarbij alle afdelingen werden ondergebracht in vrijstaande gebouwen, bleek achterhaald en kostbaar. In 1955 werd een nieuwe vleugel geopend tussen de oostvleugel en de uitgebouwde collegezaal in, met een multifunctionele expositieruimte, kantine en een trappenhuis.