| Naam: | Paleis Noordeinde 's-Gravenhage |
| Type: | paleizen; |
| Opdrachtgever: | Koning Willem I |
| Uitgevoerd: | ja |
| Bestaand: | ja |
| Architecten: | Campen, J. van; Post, P.; Ziesenis, B.W.H., 1815, 1825, verbouwing en uitbreiding-; |
| Bijdragen: | Tollus, A. -tekenaar, timmerman en aannemer-, |
| Adres: | Noordeinde 68, 's-Gravenhage; |
| Archiefgegevens: | Koninklijk Huisarchief (KHA)/E9a IV Bb. no. 5;KHA/E9a IV Bb. no. 7;KHA/E9a Bb. n |
Ziesenis vroeg in 1815 om een tekenaar voor de vervaardiging van het generale plan van de verbouwing van het Paleis Noordeinde en verschillende opmetingen. Hij gaf aan dat zonder deze assistentie hij niet in staat zou zijn het werk naar behoren te kunnen waarnemen. De Prinses Douairière had hem de architect Zocher aanbevolen maar Ziesenis liet zich helpen bij de opmetingen door Meester Timmerman Tollus "als zijnde soms ook werkzaam als Landmeter en met de lokale situatie bekend". Ook had Tollus zich samen met P. Mouton op 25 juni 1819 ingeschreven voor werken en leverantiën, welke gedaan moesten worden voor de verbouwing van het voorgedeelte van het Paleis. Deze werken waren opgenomen in een bestek van 8 juni 1819. Hoewel het minst was ingeschreven door Tollus en Mouton (( 52000,-) werd voor dit werk J. van Duyfhuijs, die zich voor NLG 55555,- had ingeschreven, als aannemer aangesteld. A. Tollus had samen met P. Mouton wel steenhouwerswerk aangenomen (22 september 1819) aan de noordwestelijke achtervleugel. (H. Tollus (Adrianus' vader) en C. Tollus stonden hiervoor borg). In 1817 hadden beiden ook samen timmerwerk (onder andere kasten, paneeldeuren en tafels), metselwerk (schoorsteen en secreet) en smidswerk aangenomen aan de achtergevel. Samen met H. Tollus had A. Tollus op 20 juni 1821 bij openbare aanbesteding de bouw van het nieuwe appartement bij de zuidoostelijke vleugel van het paleis aangenomen. Ook in 1824 en 1825 was A. Tollus (met H. Tollus) verbonden aan de verbouwing van het paleis als Meester Timmerman.