Naam: Rijksniversiteit Leiden Arsenaal
Type: universiteiten;
Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst Den HaagRijksuniversiteit Leiden
Uitgevoerd: ja
Bestaand: ja
Architecten: Dijkstra, Tj. (Architectenbureau VDL), 1975, 1979, verbouwing Arsenaal-; Ahrends en Kleyer, 1975, 1981, overleg stedebouwkundige opzet-; J. van Stigt, 1975, 1981, overleg stedebouwkundige opzet-; H. Bosch; Van Kasteel, B., 1975, 1981, overleg stedebouwkundige opzet-; Leijendeckers, P.H.H. (Raadgevend technisch bureau Van Heugten BV Nijmege), 1995, adviseur elektrotechnische en werktuigkundige inst-; A.E. Haag,, 1975, 1981, projectleider-; JOBO de Bouwers (uitvoering); D. Henkes, Peize (beeldend kunstenaar);
Bijdragen: BV Aannemersbedrijf Du Prie Leiden -uitvoering-, JOBO de Bouwers -uitvoering-, Henkes, D. Peize -beeldend kunstenaar-,
Adres: Arsenaalstraat 1, 2311 CT, Leiden;
Archiefgegevens: archief Dijkstra/7528, 9411, 9504
Prijsvraag: project Witte Singel-Doelen
Bijzonderheden:

De nieuwbouw voor de Letterenfaculteit Leiden maakte deel uit van het Witte Singel-Doelenproject. Dit project was in 1975 door de Rijksuniversiteit Leiden samen met de Rijksgebouwendienst gestart om de Letterenfaculteit aan een nieuwe, adequate huisvesting te helpen. Tot dan was deze faculteit over de hele stad verspreid geweest. Nu zou het een plaats krijgen aan beide oevers van de Witte Singel, de gracht die de oude binnenstad van Leiden omringt, waar vroeger de vestingwallen lagen. Aan de buitenzijde van de Witte Singel was een terrein beschikbaar waar eerder een ziekenhuis had gestaan. Aan de binnenzijde lag het door het leger verlaten Doelenterrein, waarop zich nog enkele militaire gebouwen bevonden, waaronder het vroegnegentiende-eeuwse Arsenaal. Voor het project had Rijksbouwmeester Quist vijf architecten geselecteerd, waaronder Dijkstra namens de Architectengroep Verster Dijkstra Loerakker. De andere architecten waren Evert Kleijer van Ahrens en Kleijer, Hans Bosch, Bart van Kasteel en Joop van Stigt. Elk architectenbureau kreeg een onderdeel van het project en een indicatie van het gebied waarin het gesitueerd moest worden. Van Stigt en Van Kasteel kregen het ziekenhuisterrein aan de buitenzijde van de Witte Singel tot hun beschikking waar de Centrale bibliotheek en de Westerse talen gehuisvest werden. De andere architecten verdeelden het Doelenterrein onder elkaar. Vooral in de startfase was er tussen de architecten intensief contact om tot een samenhangend geheel te komen. Vanwege het ontbreken van een leidende stedenbouwkundige visie op het Doelenterrein was dat niet makkelijk. Uiteindelijk nam Dijkstra het initiatief de twee meest kansrijke alternatieven uit te tekenen en voor te leggen aan de bouwcommissie die er een keuze uit maakte.Op het deel van het Doelenterrein dat Dijkstra kreeg toegewezen, stond onder andere een gebouw uit de jaren dertig van de twintigste eeuw. Ondanks de goede technische staat waarin het gebouw zich bevond, kon het niet worden behouden, omdat het onmogelijk voor universitaire doeleinden bruikbaar te maken was. Op de plek van dit afgebroken gebouw, ontwierp Dijktra nieuwe huisvesting voor het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land-, en Volkenkunde, de vakgroep Zuidoost-Azi� en de afdeling Archeologie. Dijkstra wilde een gebouw dat, gelegen aan de kade langs de Witte Singel, op den duur een vanzelfsprekend deel van het stedelijk weefsel zou gaan vormen.Het ontwerp voor de nieuwbouw omvat een carr� rondom een binnenplaats. Van de vier kwadranten ontbreekt er eentje; de overige drie huisvesten de drie gebruikers en hebben door het ontbrekende kwadrant alle uitzicht op de Witte Singel. Deze opzet refereert ook aan de binnenplaats van het arsenaalgebouw ernaast. Evenals het naastgelegen faciliteitengebouw van architect Kleijer, rijst Dijkstra�s gebouw als het ware op uit de Witte Singel, doordat ��n van de gevels deels samenvalt met de kademuur.Op de begane grond worden de gebruiksruimten gescheiden door onderdoorgangen die vanuit het pleintje aansluiting geven op de straten in de omgeving. Daarboven bevinden zich twee verdiepingen die doorlopen rond de binnenplaats. Hierin kunnen de eigen gebieden van de gebruikers op iedere gewenste plek worden afgebakend, en zo nodig aangepast aan nieuwe behoeften. Op de bovenste verdieping heeft het middengebied over de volle lengte een daklicht dat is opgenomen in de binnenschilden van de parallel lopende zadeldaken. Het licht dat hierdoor binnenvalt, vindt zijn weg naar de onderliggende verdieping via de vides die zijn opengehouden rond de trappen naar de begane grond. In de werkkamers en zalen op de bovenste verdieping komt het zonlicht boven deurhoogte binnen via de glaspuien in de gangwanden.Het doel van het architectonische ontwerp was om naast een simpel gebouw als het Arsenaal, een vanzelfsprekende vorm voor een nieuw gebouw te vinden. Door de keuze voor een verwante grondvorm maar een ander constructieprincipe, trachtte Dijkstra een relatie te leggen tussen het Arsenaal en het nieuwe gebouw.

  Literatuur

Illustraties:

Literatuur wordt geladen ...