Naam: Post-, telegraaf- en telefoonkantoor Dam 9 Zaandam
Type: kantoorgebouwen; ,postkantoren;
Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst (intern)
Uitgevoerd: ja
Bestaand: ja
Architecten: Bremer, G.C. (Rijksgebouwendienst), 1926, 1929; Haket, C.H. (Rijksgebouwendienst district Zaandam), 1926, 1929, toezicht uitvoering-; Emmen, J. (Rijksgebouwendienst), 1927, 1928, betonconstructie-; onbekend, 1955, verbouwingen-;
Bijdragen: onbekend -uitvoering-, N.V.Betonmij v.h. Begram, van Eeten en De Bruijne -betonwerken-, Lastdrager, A. (Den Helder) -uitvoering bovenbouw-, Koops, C. (Scheveningen) -stalen ramen en deuren-, Lunteren, J.P.H. van -beeldhouwwerk (drie rijkswapens en zes pilasterbek-,
Adres: Dam 9, 1506 BC, Zaandam;
Archiefgegevens: Museum voor Communicatie/Archief, GB per stad, dossier Zaandam;Nationaal Archief
Bijzonderheden:

De locatie van het postkantoor - tussen Wilhelminakade en Wilhelminastraat (later Dam genoemd) - gaf vanwege de zwakke grond grote technische problemen met betrekking tot de funderingen. Het gebouw dat in 1916 was gereedgekomen, werd in 1924 reeds afgebroken omdat het gevaarlijke verzakkingen vertoonde. De problemen waren zeer waarschijnlijk de reden waarom Bremer zelf de bouw op zich nam. Dat Bremer de ontwerper van het gebouw is, blijkt uit een gesigneerde perspectieftekening, waarvan bij de RKD in Den Haag een foto bewaard is gebleven in het archief van de beeldhouwer J.P.H. van Lunteren. In 1926 kwam de toestemming voor een nieuwbouw met een raming van ƒ 206.000 (opdracht nr. 108).
Het beschikbare bouwterrein had de vorm van een driehoek, tussen de Wilhelminastraat, waar de ingang van het oude postkantoor was, en de Dam. Bremer koos voor een plattegrond in de vorm van een trapezium, met de rechte en korte zijde aan de Dam. Door deze keus werd voor het gebouw een pleintje aan het water gevormd en kwam het gebouw met zijn voorgevel richting water te staan. Het pand kreeg een fors geraamte van gewapend beton, omdat de verdieping de toen zware apparatuur voor de telefonie moest dragen. De traveeën werden daardoor zo smal dat net een loket tussen de pijlers kon worden geplaatst. De gevels werden gemetseld in gele klinkers met toepassing van details in natuursteen. De vensters kregen stalen ramen.
De werkzaamheden verliepen niet zonder problemen. In 1927 kwamen er moeilijkheden met het heien van lange betonpalen en de bouw werd tot het volgende jaar uitgesteld. De tekeningen van de betonconstructie werden twee keer opnieuw, in 1927 en 1928, door rijksingenieur J. Emmen (1889-1965) gemaakt. In november 1929 werd het gebouw opgeleverd en op 29 januari 1930 werd het officieel geopend.
Bremer paste in zijn ontwerp twee bouwkundige principes van de Beaux-Arts toe: scheiding van functies en helderheid van de circulatie. Het pand moest ruimte geven aan het publieksgedeelte, de kantoren, een binnenplaats voor het aan- en afvoeren van de post en, zoals toen gewoonlijk was, het huis van de directeur. Het trapezium van de plattegrond omvatte vooraan het publiekskantoor en de bureaus, vervolgens de binnenplaats en achteraan het huis van de directeur. Bremer behield, zoals bij het oude gebouw, de ingang voor het publiek in de zijgevel bij de Wilhelminastraat. De bezoekers kwamen het gebouw binnen door een tussenruimte alvorens zij het publieksgedeelte van het gebouw met het open lokettenfront betraden, een eis die het bestuur van de PTT eind jaren twintig had gesteld om het contact met het publiek te bevorderen. Men kon daarna de uitgang bereiken die symmetrisch tegenover de ingang was geplaatst. Hierdoor ontstond er een duidelijke route door het gebouw. Deze opzet, met een ingang en een uitgang, was nieuw. In de tijd daarvoor was in een postkantoor de ingang voor het publiek gelijk aan de uitgang en naast de entree van de woning van de directeur geplaatst. Een tweede oplossing was, als het pand een vrije voorkant en zijkant had, de publieksingang in de voorgevel te plaatsen en de entree van de woning in de zijgevel te maken. Bremers a-typische plaatsing van de ingang en de uitgang was het gevolg van zijn aandacht voor de functionaliteit van gebouwen.
Gezien het representatieve karakter en de positionering kan men de gevel op de Dam toch als voorgevel beschouwen. In overeenkomst met de tien aanwezige loketten bevinden zich in de gevel bij de eerste bouwlaag vijf brede vensters die de functie van het interieur aangeven. De toppen van de pilasters van deze vensters zijn versierd met beeldhouwwerken (pilasterbekroningen en rijkswapens) van de rijksbeeldhouwer J.P.H. van Lunteren, die vervoersmiddelen uitbeelden. Van Lunteren schreef dat hij trachte om 'alles zo groot mogelijk te houden, de details te vermijden, zoodat op een afstand bezien, alles duidelijk aanspreekt en bovendien de monumentaliteit van het gehele gebouw verhoogt' (RKD-Hedendaagse Kunst/J. van Lunteren). Boven de eerste bouwlaag bevat de gevel tien smalle, hoge vensters. Het gebouw heeft een plat dak. De voorgevel wordt door twee halfronde torenachtige bouwelementen geflankeerd als verlenging van de zijgevels. De zijgevels zijn verdeeld in verticale geledingen van smalle vensters.
Het gebouw is compact en straalt van veraf de kracht uit als een kasteel aan het water. Met zijn omhoog trapsgewijs verjongende torens, verzekerde het gebouw de bewoners van Zaandam van zijn degelijkheid: het zou niet zoals het oude postkantoor verzakken.
De ontwerptekeningen van het gebouw, met het platte dak en de verticale geleidingen, doen denken aan Italiaanse architectonische voorbeelden van die tijd. Maar het gebruik van een traditioneel materiaal, de baksteen, maakte de stijl van het postkantoor eigentijds en Nederlands. Het platte dak werd al aan het begin van de twintigste eeuw in Nederland toegepast. Bovendien waren gebogen wanden toen al te zien in gebouwen van de Amsterdamse School. Deze afronding van de belangrijkste hoeken van een gebouw werd door Bremer in het Café-restaurant Paviljoen Wilhelminabrug, de uitbreiding van Paviljoen Welgelegen en in het Stationspostgebouw te Den Haag toegepast. Zijn keus maakte dat het gebouw beter in de bestaande context paste.
In 1955 werd het gebouw wegens ruimtegebrek uitgebreid, het lokettenfront werd verbouwd en de hal verruimd. De huidige architectonische situatie van het interieur en het exterieur zijn zeer slecht.

  Literatuur

Illustraties:

Literatuur wordt geladen ...