BONAS-boekenreeks - BONAS - Kennisportaal voor Nederlandse architectuur en stedenbouw

BONAS
Kennisportaal voor Nederlandse architectuur en stedenbouw
Ga naar de inhoud

BONAS-boekenreeks

Boekwinkel



BONAS gaat verder met nieuwe boekenreeks
Boeken uit oude reeks nog grotendeels verkrijgbaar




De oude boekenreeks
BONAS heeft jaren geleden het initiatief genomen tot een reeks boeken over belangrijke Nederlandse (interieur-)architecten, tuin- en landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen. Ieder deel omvat een zo compleet mogelijke en rijk geïllustreerde oeuvrebeschrijving en een bibliografie, voorafgegaan door een artikel waarin de architect geïntroduceerd wordt. BONAS heeft inmiddels 58 monografieën in deze reeks uitgegeven. De boeken in deze reeks zijn tot 1 november 2016 verschenen en de meeste boeken zijn nog via de BONAS webwinkel te bestellen. U betaalt per bankoverschrijving en ontvangt daarna het boek met een factuur. Daarnaast zijn deze boeken verkrijgbaar bij verschillende gespecialiseerde boekhandels in het gehele land.

De nieuwe boekenreeks
Nieuwe boeken in de BONAS-reeks verschijnen bij Uitgeverij Verloren die een rijke traditie op het gebied van cultuurhistorie heeft.

André van Deursen, 1820-1908 Carl (Karel) Weber, Van stukadoorsgotiek tot koepelkerk, 132 pagina's, ingenaaid, geïllustreerd, ISBN 9789087048686,  
€ 15,00
Carl (Karel) E.M.H.A.F. Weber (Keulen 1820 – Roermond 1908) vestigde zich rond 1855 in Roermond. Al eerder, in 1852, bouwde hij in Amstenrade de eerste volwaardige neogotische kerk op Nederlandse bodem. Vanaf dat moment kreeg hij vele opdrachten, vooral binnen de bisdommen Roermond en ’s Hertogenbosch. Weber ontwierp niet alleen nieuwe kerken, maar ook restaureerde en verbouwde hij bestaande kerkgebouwen, zoals de uit de veertiende eeuw daterende kerk van H. Johannes Onthoofding in Loon op Zand. Opmerkelijk is een groep koepelkerken van zijn hand, waarvan die in Lierop de kleinste, maar zeker ook de fraaiste is. Weber paste in het interieur van zijn kerken baksteen in meerdere kleuren toe. Daarnaast maakte hij vaak de ontwerpen voor de belangrijkste interieuronderdelen, zoals preekstoel, communiebank en altaartafel. Enkele fraaie pastorieën zijn ook van zijn hand. Een enkele keer ontwierp hij ook wereldlijke gebouwen, zoals het stadhuis van Sittard. Tevens kwamen er ook een bijzonder fraaie grafkapel en baarhuis uit zijn tekenpotlood.


Cor Passchier, Wijnand Lemei (Leeuwarden 1892-Ambawara, Nederlands-Indië 1945) en Bruno Nobile de Vistarini (Leitersberg, nu: Kosaki in Slovenië 1891-Wenen 1971). Ontwerpen en bouwen in de koloniale nadagen, Java-Indonesië.
Wijnand Lemei vertrok na zijn studie aan de TH Delft (1911-1917) naar Nederlands-Indië, waar hij vrijwel meteen de opdracht kreeg om de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting (CBZ) in Semarang te ontwerpen. Na nog enkele grote opdrachten te hebben gerealiseerd, werd hij in 1941 benoemd tot hoogleraar aan de Technische Hogeschool Bandoeng, waar hij lessen in utiliteitsbouw en geschiedenis van de bouwkunst gaf.
Bruno Nobile de Vistarini behaalde het ingenieursdiploma aan de TH Graz. In 1920 vertrok hij naar Nederlands-Indië, waar hij tot 1924 bij de Landgebouwendienst werkte en daarna als particulier architect werkzaam was, tot hij in mei 1940 werd geïnterneerd. Bekend is vooral zijn Christelijke Muloschool in Soerabaja (1928). Na de oorlog leidde hij de wederopbouw van Knittelfeld in Stiermarken (Oostenrijk).
De reden dat de levens van Lemei en Vistrarini elkaar hebben gekruist, is de aanleiding geweest dat zij in één BONAS-boek worden behandeld.
Bart D. Verbrugge, Johannes Mutters jr. (1858-1930) Bedreven in vele bouwstijlen, 259 blz., ingenaaid, geïllustreerd, ISBN 9789087047795, 29 euro. Mutters was een Haagse architect die in een  verrassend grote variatie aan stijlvormen werkte, rond 1900 de Art  Nouveau in Nederland introduceerde en zich later door architecten als  Berlage en De Bazel tot een meer 'sobere en eerlijke' bouwstijl liet  inspireren. Hij liep voorop in de bouwtechniek: in 1895 bouwde hij het  eerste voorbeeld van betonskeletbouw in Nederland: zijn sportzaal aan de Theresiastraat in Den Haag.
Johanna Karssen-Schüürmann en Marianne van Lidth de Jeude, John Bergmans (1892-1980) Tuinarchitect en plantenkenner, plm. 288 blz., ingenaaid, geïllustreerd (kleur), ISBN 978 90 8704 750 4, 29 euro.
In Noord-Brabant en Limburg ontwierp autodidact John Bergmans tuinen, parken en plantsoenen in de architectoniische en landschappelijke tuinstijlen. In talloze publicaties bood hij tuinliefhebbers en vakgenoten informatie over ‘het verkwikkelijke tuinvak’. Hij kweekte nieuwe plantenvariëteiten en zorgde voor eenheid in de naamgeving van planten.
David Keuning, Tjeerd Dijkstra (1931) Architect, Rijksbouwmeester, hoogleraar. Met medewerking van Anneke Sluijter (oeuvrecatalogus), 303 blz., ingenaaid, geïllustreerd (kleur), ISBN 978 90 8704 5, 29 euro.
Dijkstra heeft een veelzijdig oeuvre en had ook veel  invloed op de architectuurontwikkeling. Hij schreef over architectonische kwaliteit en het beoordelen daarvan, voerde als hoogleraar aan de TU Delft belangrijke onderwijsvernieuwingen door, was als Rijksbouwmeester betrokken bij belangrijke projecten op het gebied van architectuur en stedenbouw. Ook op cultureel gebied speelde Dijkstra een voorname rol; als bestuurder wist hij het weekblad De Groene Amsterdammer door roerige tijden heen te leiden.
Joko Triwinarto Santoso, Cosman Citroen (1881-1935) Architect in ‘booming’ Soerabaja. Met medewerking van Wouter de Zeeuw (oeuvrecatalogus), Juliette Roding (vertaling en bewerking), 107 blz.,ingenaaid, geïllustreerd, ISBN 978-8704-719-1, 15 euro.
Cosman Citroen was een van de vele Nederlandse architecten die begin twintigste eeuw naar Nederlands-Indië trokken. Dankzij zijn brede netwerk verkreeg hij veel opdrachten en bepaalde zo in belangrijke mate het gezicht van Soerabaja. Hij ontwierp het gemeentehuis, kantoorgebouwen, drie bruggen, een spoorweg-viaduct en een aantal woonhuizen.
Andrea Prins, Onno Greiner (1924-2010) Een zoektocht naar helderheid en geborgenheid, 256 blz., ingenaaid, geïllustreerd (deels kleur), ISBN 978-90-8704-609-5, 29 euro.
Onno Greiner was gefascineerd door de ímmateriële functie’ van architectuur, de emotionele , psychologische werking van ruimte op mensen. Met centrale ruimten, zichtlijnen en strategisch gepositioneerd daglicht wilde hij gebruikers zekerheid bieden. Zijn ei-vormige theaterruimten zijn gericht op communicatie en interactie; overig werk biedt ruimte voor individuele privacy.
De boeken zijn te koop of te bestellen bij de boekhandel, maar ook rechtstreeks bij Uitgeverij Verloren. Bij Verloren kunt U ook intekenen op de reeks. U krijgt dan de boeken na verschijning met korting thuisgestuurd.



Boeken in voorbereiding

Gerrit van der Wielen (Tietjerk 1767 - Leeuwarden 1858) ontwikkelde zich van metselaarsknecht tot allround timmerbaas met het grootste particuliere bouwbedrijf van Leeuwarden. Vele huizen voorzag hij van een statige neoclassicistische voorgevel met sobere decoratie in empire stijl. In de voormalige schuilkerk achter zijn woonhuis stichtte hij een drukbezocht zalencentrum, waarin hij zijn bezoekers een staaltje van zijn kunnen toonde op gebied van interieurafwerking. Als stadsarchitect van 1813 tot 1843 leverde hij een belangrijke bijdrage aan de gedaantewisseling van de vesting Leeuwarden tot een open stad. Hij ontwierp grote gebouwen op de voormalige wallen zoals de Prins Frederikkazerne en de Infirmerie en bouwde onder meer een aantal scholen. In een doorgaans onderbelichte periode van de architectuurgeschiedenis drukte Gerrit van der Wielen in Leeuwarden zijn stempel op de stad.

Herman de Roos (1875-1942) & Willem Overeijnder (1875-1941)
Het Rotterdamse architectenbureau De Roos & Overeijnder ontwierp vanaf 1895 naast herenhuizen en gezondheidskolonies representatieve en rijk gedecoreerde kantoorgebouwen voor havenbaronnen, zoals dat van Van Driel aan de Maaskade (1913), schoolgebouwen en het voetbalstadion van Sparta, het ‘Kasteel’ (1916). De architecten ontvingen uitnodigingen voor de prijsvragen voor het stadhuis (1912), de beurs (1925) en de Bijenkorf (1928) en bouwden in Den Haag het monumentale kantoorgebouw Petrolea (De Rode Olifant, 1924). Daarnaast vestigden zij vanaf 1911 met de woonwijken de Mussenberg en Van Verschuerwijk in Arnhem hun naam als bouwers van tuindorpen en woningwetwoningen. Bij de bouw van Tuindorp Vreewijk in Rotterdam en in andere plaatsen werden ze vanwege hun ervaring op dat gebied als ontwerpers ingeschakeld. In de halve eeuw ontwerppraktijk is een breed scala aan architectuurstijlen vertegenwoordigd, van neorenaissance met art-nouveau-elementen tot Amsterdamse School en zakelijk-expressionisme.

G.A. van Arkel (Loenen aan de Vecht 1858 – Amsterdam 1918) begon zijn carrière in 1876 op het bureau van G.B. Salm, maar al op 23-jarige leeftijd begon hij met een compagnon een eigen architectenfirma. Van Arkel is de architect van een groot aantal beeldbepalende panden in Amsterdam: woon-en winkelpanden en kantoor-, bank, bedrijfs- fabrieksgebouwen. Buiten de hoofdstad realiseerde hij enkele landhuizen.
Van Arkel werkte aanvankelijk in een drukke, rijk gedecoreerde eclectische stijl, maar omstreeks 1894 ging hij over op de typisch Nederlandse variant van de Jugendstil, die Nieuwe Kunst wordt genoemd. Een van zijn bekendste werken is de Diamantbeurs aan het Weesperplein uit 1910.


Terug naar de inhoud