Beekum - Berichten - BONAS - Kennisportaal voor Nederlandse architectuur en stedenbouw

BONAS
Kennisportaal voor Nederlandse architectuur en stedenbouw
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

In Memoriam Radboud van Beekum

BONAS - Kennisportaal voor Nederlandse architectuur en stedenbouw
Gepubliceerd door in website ·
Tags: RadboudBeekumIMontwerperarchitectBONAS
Radboud van Beekum 1950-2020  

Ik sprak hem vorige week. Niets wees op een gezondheidsprobleem. Maar vanmorgen kreeg ik een mail dat Radboud van Beekum als gevolg van hartstilstand was overleden. Als interieurarchitect had Radboud een grote faam opgebouwd. Vanaf de jaren ‘90 van de vorige eeuw werkte hij echter als architectuurhistorisch onderzoeker. Hij hield van architectuur maar vond dat aan het werk van sommige architecten te weinig aandacht werd besteed. Zijn naam is verbonden aan zestien architectenmonografieën die tot de mooiste architectuurboeken behoren die in Nederland zijn uitgegeven.
Toen ik Radboud ontmoette was ik coördinator van de Stichting BONAS, die de oeuvres van belangrijke Nederlandse architecten inventariseerde en een reeks architectenmonografieën uitgaf. BONAS was gehuisvest in het toenmalige Nederlands Architectuurinstituut en een BONAS-stagiair, die onderzoek deed naar het werk van architect B.T. Boeyinga, stuitte daar in de studiezaal op Radboud van Beekum, die een boek over Boeyinga in voorbereiding bleek te hebben. Na wat gesprekken besloten we te gaan samenwerken; ik redigeerde mee aan zijn boek over Boeyinga en BONAS, dat over een website met zoekmachine beschikte, kon over de inventarisatie beschikken. Het boek zou niet bij BONAS verschijnen; voordat we elkaar ontmoetten had hij al een stichting opgericht en de uitgave geregeld.
Radboud was niet alleen een enthousiast architectuurliefhebber, hij was ook buitengewoon eigenzinnig. Dat bleek bij het volgende onderzoek dat hij verrichtte, naar het werk van architect Cornelis Kruyswijk. Hij was inmiddels als onderzoeker op vrijwillige basis bij BONAS ingekwartierd. Ik ging ervan uit dat hij aan het werk was voor een boek in de BONAS-reeks, maar Radboud bleek, met gebruikmaking van onze onderzoeksfaciliteiten, voor zijn eigen boekenreeks te werken. Onze boeken waren eenvoudig van opzet om de prijs laag te houden en Radboud prefereerde een royaler formaat. Hij was niet altijd zo van overleg. Ons gesprek over de gang van zaken was pittig van karakter, maar we wisten tot elkaar te komen. Radboud zou onderzoek doen naar de Amsterdamse School architect G.F. La Croix en dat boek zou in de BONAS-reeks worden uitgegeven. Uiteindelijk kreeg Radboud toch zijn zin, maar daarover dadelijk.
Toen ik Radboud ontmoette had hij al een hele carrière als ontwerper achter de rug. Na zijn opleiding aan de Gerrit Rietveld Academie startte hij een eigen ontwerpbureau. Zijn kubusstoel (FM 80) werd zeer bekend. De stoel werd door Pastoe in productie genomen en bekroond op de Triënnale van Poznan. Later werkte hij o.a. bij Total Design, waar zijn baliemeubilair voor de Nederlandse postkantoren in 1991 werd bekroond met de Kho Liang Ie-prijs. Hij beëindigde zijn carrière als ontwerper bij architectenbureau Zaanen & Spanjers, waar hij o.a. het interieur van Theater De Meervaart in Amsterdam ontwierp. Het was zijn enthousiasme voor het werk van andere architecten en zijn overtuiging dat het werk van veel architecten ondergewaardeerd werd, die hem in de richting van historisch onderzoek dreven.
BONAS ontving destijds een subsidie van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
Deze werd beëindigd omdat men bij WVC meende dat het werk van BONAS tot de taak van het NAi behoorde. Korte tijd later, in 2008, ging ik met pensioen. Radboud was mijn gedroomde opvolger, maar als gevolg van de houding van WVC werd BONAS in tweeën gehakt. De werk-inventarisaties van belangrijke architecten gingen naar het NAi. De Stichting BONAS bleef de architectenmonografieën uitgeven; Radboud werd de redacteur-uitgever, om hem enige rechtszekerheid te geven kreeg hij een aanstelling bij het NAi die door BONAS gefinancierd werd.
In zijn nieuwe functie bleek Radboud aan eigenzinnigheid niets verloren te hebben. Er werden nog enkele BONAS-boeken in de oude opzet uitgegeven, maar zijn eigen boek over G.F. La Croix verscheen in een geheel nieuwe vorm: tweemaal zo groot, een geheel nieuwe vormgeving met tal van grafische verassingen, rijkelijk geïllustreerd. Abonnees op de BONAS-boeken en relaties waren zeer aangenaam verrast door dit bijzondere nieuwe boek, het bestuur van de Stichting BONAS had toch liever wat overleg van tevoren gehad. Het bestuur was immers verantwoordelijk voor de financiering van de dure nieuwe uitgave.

Uiteindelijk zijn bestuur en medewerkers van BONAS er toch samen met hun lastige, maar visionaire redacteur-uitgever Radboud in geslaagd om zestien boeken ‘nieuwe stijl’ uit te geven. Onder moeilijke omstandigheden produceerde hij boeken die tot de mooiste architectuurboeken behoren die in Nederland zijn uitgegeven. Naast het werk van La Croix werden belangrijke oeuvres als van J.W.C. Boks, Dirk van Sliedregt, Jan Ernst van der Pek, F.P.J. Peutz, Hein Salomonson en Jan Verhoeven op bijzondere wijze publiek gemaakt. Deze boeken verschenen in de periode van 2008-2013, voor wat betreft maatschappelijke impact een hoogtijperiode voor BONAS. Maar het einde diende zich al snel aan. De economische crisis bemoeilijkte de exploitatie van de boekenreeks steeds meer. Het NAi was het min of meer gedwongen huwelijk met BONAS met lange tanden aangegaan en wilde van BONAS af. Radboud verloor zijn aanstelling bij het NAi. Om de relatie tussen BONAS en NAi niet extra te belasten ondernam Radboud geen juridische stappen, waarmee hij zijn rechtspositie verspeelde. Daarna ging het snel. Het BONAS bestuur zag geen toekomst meer in de eigen stichting. Met Radboud stapelden de conflicten zich op. Hem werd de toegang tot zijn werkplek bij het NAi ontzegd, tezamen met alle andere BONAS-vrijwilligers, ondanks vaak jarenlange inzet. Lopende projecten mochten niet worden afgemaakt. Het laatste boek dat Radboud in gang had gezet, dat over J.F. Staal, werd buiten hem om gepubliceerd, wat hij als een dolkstoot in de rug ervoer.
Het tekent Radboud van Beekums veerkracht dat hij na de dramatische beëindiging van zijn werk voor BONAS de draad weer wist op te pakken. Hij werkte aan diverse tentoonstellingen mee, publiceerde o.a. in KNOB Bulletin, Eigenbouwer en Binnenstad en publiceerde een boek over architect Jan Kuyt Wzn. Zelf was ik betrokken bij de herrijzenis van BONAS als vrijwilligersorganisatie. Ondanks de hardhandige behandeling die Radboud ten deel was gevallen hield hij zich loyaal aan de afspraak die ik zo’n 20 jaar geleden met hem maakte. Van ieder onderzoek waarbij hij betrokken was voorzag hij mij de data die voor BONAS interessant waren. Radboud beschouwde zich als ambachtelijk werker, hij noemde zich liever ‘meubelmaker’ dan ‘ontwerper’. Zo ging hij ook als onderzoeker tewerk: feiten verzamelen en interpreteren, wars van al te grote theorieën. Zijn bijdragen aan de Nederlandse architectuur zowel als aan de geschiedenis daarvan zijn niet meer weg te denken.

Tjeerd Boersma




Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu